Tanzaniaans samenspel

Ik heb mijn vakantie dit jaar door mogen brengen in het zuiden van Tanzania. Het is een prachtig land met mooie dieren en vriendelijke mensen, die het niet zo breed hebben. Het reisbureau raadde mij af om zelf in dat land te rijden en al gauw werd mij duidelijk waarom.

Afgezien van het feit dat er nagenoeg geen bewegwijzering was viel het mij op dat er ogenschijnlijk geen verkeersregels waren, behalve dan dat ze links rijden. Er stonden nagenoeg geen verkeersborden en als deze er al waren, dan stonden deze er al jaren en waren vervolgens niet meer onderhouden. Op de wegen stond geen belijning en voorsorteervakken waren er al helemaal niet. Dat deze wegtekens er niet waren, was niet zo verwonderlijk. In een stad van enige betekenis lag er wel asfalt, maar dat lag er al jaren en was niet onderhouden. De zogenaamde ‘potholes’ waren dan ook veelvuldig aanwezig en als er als er al belijning was aangebracht was deze volledig weggereden.

Hakuna Matata

Buiten deze steden was er voornamelijk sprake van zandwegen met nóg grotere gaten en kuilen. Verkeerslichten zag je alleen in de grote plaatsen, kennelijk omdat ze daar de beschikking hadden over elektriciteit. Daarbuiten stonden op drukke kruispunten agenten in smetteloos witte uniformen het verkeer te regelen. Deze agenten voerden ook regelmatig controles uit, die voornamelijk uit papieren controles bestonden, want verkeersregels waren er immers niet. In de korte tijd dat ik daar was zijn we drie keer gecontroleerd en mochten we vrolijk door met ‘Hakuna Matata’: Geen zorgen, alles OK! Verlichting voeren ze niet altijd of zetten dit pas in een zeer laat stadium aan, terwijl het zo dicht bij de evenaar toch 11 uur per dag donker is.

Chinese reclametekens

Wat mij ook opviel was dat het wagenpark zeer gedateerd was en er geen nieuwe auto’s reden. Het was voornamelijk import uit Japan en China, met de Chinese reclametekens nog op het plaatwerk. Oud, maar onbeschadigd. Ik heb maar 1 aanrijding gezien (een scooter die tussen twee auto’s door wilde rijden), terwijl er wel sprake is van druk tot zeer druk verkeer. Kennelijk hebben ze daar 1 regel die wij ook hebben en die zij nadrukkelijk toepassen: ‘Een ieder heeft in gelijk mate aanspraak op de weg’. Het samenspel dat zij uitvoeren is ongekend en daar kunnen wij nog wat van leren.

'Hier ben ik'

Ze toeteren regelmatig, maar niet met de intentie van: ‘Hier kom ik’, maar meer van ‘Hier ben ik’  dat maakt het redelijk aangenaam vertoeven in het verkeer. Op die ene weg vind je dan ook van alles, van auto’s tot fietsen, voetgangers, brommers, scooters en wagens voortgetrokken door ossen. Ook de boer die met zijn vee op weg is, al dan niet vastgebonden, en kinderen van en naar school maken gebruik van deze ‘ínfrastructuur’. Als de auto er dan niet door kan dan is de fietser of bromfietser niet te beroerd om de berm in te sturen om daar verder te rijden of te gaan lopen. Heeft een tegenligger de situatie verkeerd ingeschat, dan geeft de ander hem volledig de ruimte. Zelfs tijdens bij een safari met geringe snelheid bracht de gids zijn auto tot stilstand om een telefoongesprek te voeren!

Moraal van het verhaal

Te hard rijden is daar niet aan de orde, want daar lenen de wegen zich ook niet voor. Wij hebben onze wegen zo comfortabel gemaakt dat we drempels neer moeten leggen en trajectcontroles hebben ingevoerd om de snelheid binnen de perken te houden.  Moraal van het verhaal, onze beschaving is ten opzichte van Tanzania ver vooruit, maar zij zijn in verkeer beschaafder. Ben je in de gelegenheid om Tanzania te bezoeken dan is dat zeker een aanrader. Ik raad je echter aan om het advies van het reisbureau op te volgen: ‘Ga niet zelf rijden!’. Het Ministerie van Buitenlandse zaken gaf in 2015 ook al een verscherpt reisadvies vanwege de verkeersveiligheid.